logo

BREIN - The Pirate Bay

Gepubliceerd op 22/10/2009 om 15:00 | Link | PDF Vonnis

Opnieuw rechterlijk verbod tegen Zweedse eigenaren van The Pirate Bay. De voorzieningenrechter te Amsterdam legde opnieuw een verbod op aan de drie Zweedse eigenaren van The Pirate Bay. Alle torrents naar inbreukmakende bestanden moeten binnen 3 maanden worden verwijderd en verwijderd worden gehouden op straffe van een dwangsom van 5000 euro per torrent met een maximum van 3 miljoen euro. Ook moeten de drie dergelijke torrents ontoegankelijk maken voor gebruikers in Nederland op straffe van een dwangsom van 5000 euro per dag met een maximum van 3 miljoen euro.

De drie Zweden hadden na het eerdere vonnis waarbij zij verstek hadden laten gaan verzet aangetekend om zich alsnog te verweren. Hun voornaamste verweer was dat zij niet de eigenaren waren maar een bedrijf uit de Seychellen, Reservella Limited. De rechter oordeelt dat de drie wel verantwoordelijk zijn en wijst daarom het verbod tegen hen toe.

De rechter oordeelt dat The Pirate Bay onrechtmatig handelt door haar gebruikers stelselmatig in staat te stellen inbreuk te maken en dat het ‘zeer aannemelijk’ is dat de bij BREIN aangesloten rechthebbenden daardoor schade leiden. Op basis van deze onrechtmatigheid wordt de vordering toegewezen. De rechter overweegt dat om directe inbreuk vast te stellen, bewezen moet worden dat The Pirate Bay een eigen tracker aanbiedt. Omdat ten tijde van de zitting de eigen tracker offline was gehaald, laat zij de feitelijke vaststelling of er een eigen tracker is aan de bodemrechter over.

De rechter oordeelt tevens dat The Pirate Bay geen Internet Service Provider (ISP) is en dat de beperkte aansprakelijkheid voor ISP’s dus niet van toepassing is. De rechter volgt het oordeel van de Zweedse strafrechter dat de drie eigenaar waren. Het verweer dat de drie geen eigenaar meer zijn omdat zij The Pirate Bay in 2006 zouden hebben verkocht, wordt verworpen nu zij niet kunnen zeggen aan wie zij verkocht hebben of een overeenkomst hebben overlegd. Tevens overweegt de rechter dat zelfs als een ander, zoals Reservella, economisch eigenaar zou zijn, er voldoende bewijs is dat het feitelijk beheer nog altijd bij de drie rust.

Download het vonnis in PDF formaat

« Ga terug naar de hoofdpagina